het BLOED


Wat is bloed ?

Bloed is de postbode, de vuilnisman, het leger, de verpleeg(st)er en ook de centrale verwarming van ons lichaam.

Bloed haalt zuurstof in de longen en brengt het naar alle organen.
Bloed brengt koolzuur dat de organen niet meer nodig hebben terug naar de longen.
Bloed vervoert ook:
  • warmte
  • voedsel
  • hormonen
  • afweerstoffen
Dat alles wordt in 60 seconden rondgepompt.



Hoe kan dat zo snel?

Er zit een gigantische pomp achter: je hart
het hart
Een volwassen mens heeft tussen de 5 en 6 liter bloed in zijn lichaam.
Hoe zwaarder je bent, hoe meer bloed je hebt en hoe harder het hart moet werken om het rond te pompen.

Bloed is stroperig en rood. Het bestaat uit een vast gedeelte (rode en witte bloedcellen en bloedplaatjes) en een vloeibaar gedeelte (bloedplasma).
rodebloedcellen

Rode bloedcellen
Rode bloedcellen geven het bloed zijn rode kleur.
Zonder rode bloedcellen zou het bloed geelachtig zijn.
Het belangrijkste wat rode bloedcellen doen is zuurstof vervoeren.
Van de longen naar de organen.
Hoe doen ze dat?
Rode bloedcellen zitten vol met een rode stof, hemoglobine.
Die stof kan zuurstof uit de longen 'vastpakken' en weer 'loslaten'.

In de organen ruilen de rode bloedcellen zuurstof in voor koolzuur.
Koolzuur is een afvalstof die ontstaat nadat de organen de zuurstof gebruikt hebben.
Koolzuur is dus overbodig en gaat met het bloed naar de longen waar het wordt uitgeademd.




Witte bloedcellen zijn het leger van ons lichaam.
Witte bloedcellen verdedigen ons tegen indringers zoals bacteriën.
Bovendien ruimen witte bloedcellen dode cellen in het lichaam op.





witte bloedcellen

Witte bloedcellen


bloedplaatjes

Bloedplaatjes


Bloedplaatjes zijn nodig om het bloed te laten stollen.
Wanneer moet bloed stollen?
Als je een wond hebt.
Als het bloed niet zou stollen zou je leegbloeden.
Als bloedplaatjes bij een wondje komen vallen ze uit elkaar en de speciale stolstof die erin zit begint te werken.
Het bloed stolt dan. Kijk voor stolling ook hieronder bij bloedplasma.
Bloedplasma is het vloeibare gedeelte van het bloed.
Er zitten zouten en eiwitten in die je niet kunt missen.
Ook zitten er stollingsstoffen in het plasma (net als in bloedplaatjes).
Die zorgen ervoor dat je bloed stolt als je een wondje hebt.
Er zitten afweerstoffen in het plasma tegen virussen en bacteriën.
We noemen dit immunoglobulinen
(spreek uit: i-muu-noo-gloo-buu-lie-nun).








Bloedplasma
Wat hebben bloedgroepen en rode bloedcellen met elkaar te maken?
Rode bloedcellen zijn van mens tot mens verschillend.
Vooral aan de buitenkant.

Aan de buitenkant van de rode bloedcellen zitten eiwitten.
Soms eiwit A, soms eiwit B, soms allebei, dus A en B, en soms geen van tweeën.
We zeggen dan dat iemand bloedgroep A heeft of bloedgroep B, bloedgroep AB of bloedgroep 0 (spreek uit: bloedgroep nul).
Bloedgroepen zijn van levensbelang bij bloedtransfusie.
Waarom? Dat lees je bij Geef je bloed cadeau!

Weet je toevallig welke bloedgroep jij hebt?

Geef je bloed cadeau ?



Wat gebeurt er met het bloed dat ik geef?

Je geeft bloed tijdens een inzameling in het bloedtransfusiecentrum of in je gemeente.

Wat doen we verder met jouw bloed?

We schetsen hier kort 'de bloedsomloop':


VERWERKEN


Zodra het bloed is afgenomen, wordt het verwerkt.
Om elke patiënt optimaal te helpen, is het best dat hij enkel de bloedbestanddelen krijgt waaraan hij echt behoefte heeft.
Daarom splitsen we het bloed zo snel mogelijk na de afname in bloedcellen en plasma.
Soms wordt ook een derde bestanddeel afgescheiden: de bloedplaatjes.
Dat is dan ook de reden waarom je bij de bloedafname een bloedzakje met 2 of meer satellietzakjes krijgt.

www.medischlab.nl/laboratoriumtests/bloedonderzoek.php

ONDERZOEKEN


Na elke bloedgift gebeurt een aantal bloedonderzoekingen in het belang van zowel de donor als de patiënt.
Zo dienen deze testen niet alleen om de bloedcellen te tellen en de bloedgroep te bepalen, maar ook om via bloed overdraagbare aandoeningen op te sporen: AIDS, hepatitis B en C, syfilis.

BEWAREN


Het bewaren gebeurt zeer zorgvuldig.
Bloedcellen kunnen immers ten hoogste 35 dagen bewaard blijven bij 2°C tot 6°C.
Plasma wordt ingevroren bij een temperatuur van -40°C en blijft langer dan een jaar bruikbaar.
Bloedplaatjes daarentegen kunnen maar 5 dagen bewaard worden op 22°C.

LEVEREN




Pas wanneer alle controles uitgevoerd zijn,
kan het bloed doorgegeven worden naar de ziekenhuizen.

De bloedtransfusiecentra staan in voor de permanente bevoorrading van de ziekenhuizen.

Die krijgen meerdere malen per week en
bij dringende situaties het nodige bloed.





Iedere dag gebeuren er helaas ernstige ongelukken waarbij mensen veel bloed verliezen.
Ze hebben dan snel bloed nodig, anders gaan ze dood.
Er zijn ook andere redenen waarom je bloed van iemand anders nodig kunt hebben.
Bijvoorbeeld als je een ziekte hebt waarbij je bloed niet goed stolt, of wanneer je geopereerd wordt en daarbij veel bloed verliest.
De rode bloedcellen (die nodig zijn na een ongeluk en bij bloedarmoede);
de bloedplaatjes (die nodig zijn bij stollingsziektes en sommige kankersoorten);
het bloedplasma (die nodig zijn bij sommige ziektes, bijvoorbeeld hemofilie).

Bloedgroepen spelen bij bloedtransfusie een rol van levensbelang.
Want als je bloed van verschillende bloedgroepen en een andere rhesusfactor met elkaar mengt, kan het zijn dat het bloed gaat klonteren.

En dat mag natuurlijk niet gebeuren!
rode bloedcellen (die kunnen ongeveer vijf weken worden bewaard);

bloedplaatjes (die kunnen een paar dagen worden bewaard);

bloedplasma (dat kan ongeveer één jaar worden bewaard).
Bloed bestaat voor ongeveer 55% uit plasma.

De andere 45% zijn rode en witte bloedcellen en bloedplaatjes.
Rode bloedcellen transporteren zuurstof doorheen het lichaam.
De witte staan in voor de afweer tegen ziektes en de bloedplaatjes helpen bloedingen te stoppen.

Plasma bestaat voor 93% uit water en voor 7% uit opgeloste stoffen zoals eiwitten, suikers, vetten, zouten, hormonen en vitaminen.

Dit zijn levensnoodzakelijke stoffen.

Er zijn mensen die tijdelijk of blijvend een tekort hebben aan deze stoffen.

Van plasma worden dan ook levensreddende producten gemaakt.

Wat gebeurt er met het plasma dat ik geef? Zodra het plasma is afgenomen, wordt het verwerkt en onderzocht. VERWERKEN Het plasma wordt versneld ingevroren bij -40° C. Daarna wordt het vervoerd naar de Centrale Afdeling voor Fractionering van het Rode Kruis. Die verwerkt het tot eindproducten, zeg maar geneesmiddelen: Bloedstollingsfactoren Wanneer we bloeden, inwendig of uitwendig, stolt ons bloed om de wonde te stelpen en dicht te maken. Bij hemofiliepatiënten is dat niet zo, zij hebben een erfelijk tekort aan stollingsfactoren en lopen dan ook het risico op blijvende bloedingen. Voor hen is dit plasmaproduct dan ook levensnoodzakelijk. Daarnaast worden bloedstollingsfactoren ook toegediend aan vrouwen met onstelpbare bloedingen na een bevalling. Producten die het bloedvolume verhogen Mensen met brandwonden of bloedverlies of mensen die in shock zijn hebben nood aan producten die hun bloedvolume snel op peil brengen. Deze producten bestaan in minder en meer geconcentreerde vorm, al naargelang de nood van de patiënt. Ze worden ook wel eiwitoplossingen genoemd. Afweerstoffen Om verschillende redenen kan ons natuurlijk verdedigingsmechanisme tegen ziektekiemen aangetast zijn. Uit plasma worden tal van afweerstoffen, ook wel gammaglobulinen, gehaald voor uiteenlopende toepassingen: Bescherming tegen hepatitis A en B, verwikkeling van mazelen en andere zware infectieziekten Bestrijding of voorkoming van tetanus Bescherming van resus-positief kind, gedragen door resus-negatieve moeder Virusgeïnactiveerd plasma In sommige omstandigheden krijgt de patiënt het zakje plasma ontdooid en in zijn geheel toegediend. Dat gebeurt vooral bij zware heelkundige ingrepen, brandwonden en bij stollingsstoornissen. ONDERZOEKEN Na elke plasmagift gebeurt een aantal bloedonderzoekingen in het belang van zowel de donor als de patiënt. Zo dienen deze testen niet alleen om de bloedcellen te tellen en de bloedgroep te bepalen, maar ook om via bloed overdraagbare aandoeningen op te sporen: AIDS, hepatitis B en C, syfilis. BEWAREN Alvorens plasma verwerkt wordt tot geneesmiddelen wordt het versneld ingevroren bij een temperatuur van -40°C en daarna bewaard op -25°C. LEVEREN Pas wanneer alle controles uitgevoerd zijn, kan het plasma doorgegeven worden naar de Centrale Afdeling voor Fractionering van het Rode Kruis. De CAF maakt van het plasma geneesmiddelen.
Bloedplaatjes zijn zeer kleine bloedelementen die gevormd worden in het beenmerg. Ze zijn samen met de stollingsfactoren belangrijk voor het stelpen van bloedingen. Hun levensduur schommelt rond de 10 dagen. Een volwassene beschikt over zo'n 150 tot 400 miljard bloedplaatjes per liter bloed.
Wat gebeurt er met de bloedplaatjes die ik geef? ONDERZOEKEN Verschillende laboratoriumonderzoeken gebeuren bij elke bloedplaatjesgift. Ze waarborgen mee de veiligheid voor de donor en de patiënt. Welke testen doet men zoal? Bloedgroepbepaling, telling van het aantal rode en witte bloedcellen en bloedplaatjes, onderzoek naar hepatitis B en C, syfilis, AIDS en bepaling van de leverenzymen. BEWAREN Bloedplaatjes kunnen maximum 5 dagen bewaard worden op kamertemperatuur (tussen 20° C en 24° C).
http://www.huisarts.be/
diastolische bloeddruk =
De onderwaarde van de bloeddruk: de (laagste) druk in de slagaders op het moment dat het hart geen bloed uitpompt en een nieuwe hoeveelheid bloed uit de longen ontvangt.

hoge bloeddruk =
Te hoge druk binnen in de slagaders, zoals gemeten in de bovenarm-slagader. De medische naam is hypertensie. De grenswaarde waarboven een bloeddruk als te hoog wordt beoordeeld hangt van een aantal factoren af, maar ligt voor de bovenwaarde (systolische bloeddruk) rond de 160 mmHg en voor de onderwaarde (disatolische bloeddruk) rond de 95 mmHg.

systolische bloeddruk =
De bovenwaarde van de bloeddruk: de (hoogste) druk in de slagaders op het moment dat het hart een nieuwe hoeveelheid bloed uitpompt.

Bloedstolsel =
Samenklontering van bloedcellen aan de binnenkant van een bloedvat.

Bloedverdunners =
Medicijnen die ervoor zorgen dat het bloed minder snel stolt.

De verdeling naar bloedgroepen in West-Europa is als volgt: Bloedgroep percentage A 41,8 B 8.5 AB 3,0 0 46,7 Rhesus-D-positief 84
Er zijn 8 verschillende bloedgroepen. De meest voorkomende is O+, gevolgd door A+. Bloedgroep Percentage in België O+ 38 % A+ 34 % B+ 8,5 % O- 7 % A- 6 % AB+ 4,1 % B- 1,5 % AB- 0,8 %


Wil je nog meer informatie, surf dan naar: DIENST VOOR HET BLOED






print deze pagina